Column

Er knaagt iets…

Er knaagt iets…

Laten we eerlijk zijn: de wereld is overzichtelijker geworden. Je weet precies wat je mag vinden, wie de goeden zijn, wie de slechten, en wat de waarheid is. Die krijg je gewoon keurig geserveerd via pushberichten, talkshows en overheidswebsites. Handig toch?

En toch… iets knaagt.

Want ergens tussen het OMT en het IPCC, tussen ‘veiligheidsraad’ en ‘veiligheidsstaat’, tussen het nieuws en de nuance, lijkt iets verloren te zijn gegaan. Noem het waarheid, noem het redelijkheid, noem het gewoon: zelf nadenken. En dat is precies wat ik van plan ben hier te doen.

Mijn naam is Max von Kreyfelt. Ik schrijf niet omdat ik het beter weet, maar omdat ik de geur van staatsparfum begin te herkennen zodra men zegt dat iets “wetenschappelijk vaststaat” of “voor onze veiligheid” is.

De thema’s die ik behandel zijn breed en soms brisant:

  • Waarom vrijheid zo vaak als risico wordt gepresenteerd
  • Hoe macht zichzelf steeds opnieuw maskeert als redelijkheid
  • Wat de rol is van NGO’s, denktanks en geheime diensten in onze democratie
  • En we inmiddels meer ‘experts’ dan burgers lijken te hebben.

Maar verwacht geen journalistiek in de klassieke zin. Eerder een cocktail van analyse, ironie, systeemkritiek en af en toe een ongemakkelijke spiegel. Soms zelfs een poëtisch schotschrift.

De samenwerking met Maurice de Hond voelt logisch: zijn platform is een van de weinige plekken waar nog ruimte is voor data en twijfel. Waar gezond verstand niet meteen wordt verdacht gemaakt. Waar de burger niet alleen nog bestaat als datapunt.

Ik wil de komende tijd niet alleen de façade van onze ‘beschaafde samenleving’ bekrassen, maar ook zoeken naar een taal van autonomie, vertrouwen en misschien zelfs een sprankje hoop. Want wie zegt dat ironie en idealisme elkaar uitsluiten?

Dus trek je schrap. Of leun achterover.

Afhankelijk van hoe graag je nog gelooft in wat men je vertelt.

De persoon Mark Rutte

De persoon Mark Rutte

Er is iets verontrustends aan Mark Rutte dat maar zelden wordt benoemd, laat staan doorgrond: zijn ogenschijnlijk grenzeloze onverschilligheid. Het schouderophalen. Het glazige lachen bij parlementaire ondervragingen. Het ontkennen zonder schaamte. Het ontbreken van innerlijk conflict. Alsof niets hem werkelijk raakt, niet het leed van de Groningers, niet de vernedering van toeslagenouders, niet de burger die langzaam maar zeker zijn vertrouwen in de staat is kwijtgeraakt.

Rutte is geen cynicus. Cynici geloven nog ergens in, ook al doen ze alsof niet. Rutte vertegenwoordigt iets anders: gecultiveerd nihilisme. Een vorm van bestuurlijke leegte waarin niets intrinsiek betekenisvol is, behalve het overleven van het systeem. En dat systeem, dat is hijzelf.

Wie zijn leiderschap door de jaren heen analyseert, ziet een patroon dat niet alleen politiek, maar ook psychologisch is: het voortdurend vermijden van verantwoordelijkheid, het wegmasseren van schuld, het fragmenteren van realiteit in communicatieframes. Alles is vloeibaar, oplosbaar, verschuifbaar. Waarheid bestaat slechts als tijdelijke consensus. Geheugen als risico.

Dit soort gedrag is niet zeldzaam bij mensen die in hun vroege jeugd emotioneel tekort zijn gekomen, of erger: sexueel misbruik, manipulatie of mishandeling hebben ervaren. Wat zich vormt bij zulke kinderen is geen gezonde autonomie, maar een overlevingsstrategie: maskeren, bevriezen, charmant zijn, regie houden. En bovenal: nooit geraakt worden. Nooit écht ergens zijn. Want voelen is gevaarlijk.

Wanneer zo’n overlevingsstructuur zich een weg baant naar de top van de politiek, ontstaat er iets ijskouds. Iets wat functioneert, maar niet voelt. Iets wat beslist, maar niet wéét wat het doet.

Een premier zonder binnenkant.

Het is verleidelijk om dat charisma of pragmatisme te normen. Maar in werkelijkheid is het gevaarlijker dan welke ideologie ook: het ontbreken van morele diepte. Want waar geen innerlijk conflict meer bestaat, kan alles. Daar worden fouten geen lessen, maar leugens. Daar wordt macht geen middel, maar identiteit.

En dat is precies wat Rutte groot heeft gemaakt: zijn vermogen om aan niemand iets te geven, behalve wat ze projecteerden. Hij was voor iedereen bruikbaar, omdat hij zelf niets was. Geen overtuiging, geen visie, geen innerlijk houvast. Alleen techniek. Alleen overleven. Alleen spel.

Dat is geen toeval. Dat is een politieke cultuur die zulke figuren aan de top brengt en houdt. Omdat zij het systeem niet bedreigen, maar perfect belichamen.

We hebben een nieuwe morele maatstaf nodig voor leiderschap.

Eentje die vraagt:
Wat is je binnenwereld? Waar sta je voor als niemand kijkt? Wat betekent verantwoordelijkheid voor jou?

En wie op die vragen niets weet te antwoorden,
hoe slim of glad of charmant ook,
die hoort niet te regeren over anderen.